Paulien Cornelisse: Bedankt voor de foutjes

Afgelopen dinsdagmiddag stond ik op  de boulevard van Scheveningen een bord te bewonderen. Daarop stond de tekst: “Het is verboden muziek ten gehore te brengen”. Zo’n  deftige formulering leek meer geschikt voor een rondreizend strijkkwartet of een groep Franse accordeonspelers in streepjestruien dan voor tieners die scheurend langs de boulevard hiphop door hun open autoramen laten knallen.  Of zou de een bij het instappen zeggen: “Hé Daan, zullen we even wat muziek ten gehore brengen?” Waarop de ander zou reageren: “Wat vind je van een stukje Lil Kleine? Zo zalig en magistraal!”

Toen ik later die dag hoorde dat Paulien Cornelisse was overleden, moest ik meteen aan dat bord denken.

Uit de rest van dit stuk zal blijken dat de Nederlandse taal niet echt mijn ding is. Soit. Ik leerde het pas vanaf mijn twintigste, nadat ik mijn toekomstige vrouw toevallig tegenkwam op een camping in Italië. Nederlandser kon haast niet, al kom ik dan uit Schotland. Een taal leren is een taal ontdekken. Het is een pittige tocht met veel omwegen en steile paden, ook in een land dat zo plat is dat het gebied buiten de steden letterlijk “het platteland” heet. En er was geen betere gids dan Paulien.

Bewust of onbewust maakte ze de taal toegankelijk voor buitenlanders. Ze blonk uit in het uitleggen van de alledaagse maar ongrijpbare woordjes die een taal vitaal maken, zoals “gewoon”, “zeg maar”, “heel erg” en “toch”. Als je een taal leert, maak je toch veel foutjes, want door foutjes te maken leer je hoe het echt moet. Paulien bood troost want blijkbaar was het Nederlands ook voor Nederlanders vaak verwarrend en onlogisch, en dat deed ze met humor en luchtigheid. Ze veroordeelde foutjes niet: ze begreep ze.

Zelfs dat woord “foutje” heeft iets unieks. Een fout is in de regel heel erg, maar door het te verkleinen is het gif eruit. Het wordt ineens onnozel, bijna schattig. Kinderen maken foutjes, en die kunnen soms heel erg vermakelijk zijn. Als volwassene schaam je je diep voor je fouten, maar als je hoort dat het “maar een foutje” is, kan je je het permitteren. In het Engels zijn er alleen maar mistakes, errors en blunders. Het woord dat het dichtst in de buurt komt van foutje is “slip”, maar zelfs daaraan hangt een gevoel van ongemak.

Er zijn buitenlanders die hun hekel aan de Nederlandse taal nooit kwijtraken omdat ze de eigenaardige klanken afgrijselijk blijven vinden. Er is geen Shakespeare of Cervantes die de taal werelderfgoed heeft gemaakt (en als we dan toch eerlijk zijn, heeft de oppermacht van het Engels weinig met Shakespeare te maken). Het is geen makkelijke taal om verliefd op te worden. Ik herinner me de opmerking van een taaldocent dat als iemand Italiaans spreekt, je erop kunt dansen. Bij het Nederlands is dat echter onmogelijk, en als je het wel zou proberen zou je dansen als een Nederlandse man van middelbare leeftijd op een bruiloft. Nederlanders hebben geen enkelvoudig werkwoord voor de liefde: ze houden van elkaar. Als ze echt van elkaar houden gaan ze de liefde bedrijven of doen ze aan geslachtsverkeer – twee uitdrukkingen die suggereren dat seks voornamelijk een bezigheid is voor VVD’ers. Godzijdank heeft die laatste term plaats gemaakt voor geslachtsgemeenschap, hetgeen een breder maatschappelijk draagvlak kent.

Een onderwerp waarbij het Nederlands uitstekend past is het rouwproces. Dat klinkt somber, maar is net zo fundamenteel als de liefde. Mijn toekomstige vrouw van toen is inmiddels mijn overleden vrouw. Ik ben weduwnaar geworden. Toen dat gebeurde, moest ik een geheel nieuw hoofdstuk van de taal leren. Nederlanders wensen elkaar sterkte bij het verlies, en dat is mooi. Nog prachtiger is dat ze met elkaar meeleven, dankzij dezelfde eigenschap van de taal – het scheidbare werkwoord – die ook bepaalt dat ze van elkaar houden. Words matter, zeggen wij in het Engels, maar de vloeibaarheid en soepelheid van de Nederlandse taal bevatten een intimiteit die je in andere talen zelden tegenkomt. Je kunt er wellicht niet op dansen, maar het is een taal die met je meebeweegt, ook bij tegenwind. Paulien Cornelisse beheerste de techniek van dat bewegen als geen ander.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.